Het antwoord hangt af van twee dingen: hoe groot u bent en wat u verkoopt. Beide moeten kloppen voordat het verbod op u van toepassing is. Hieronder de drempels, de data, en de grensgevallen waar het in de praktijk onduidelijk wordt.
De drie categorieën
| Categorie | Criteria | Vernietigingsverbod geldt |
|---|---|---|
| Grote onderneming | Meer dan 250 medewerkers en meer dan €50 miljoen omzet | Sinds 19 juli 2026 |
| Middelgrote onderneming | 50 tot 249 medewerkers, omzet tot €50 miljoen | Vanaf 19 juli 2030 |
| Kleine en micro-onderneming | Minder dan 50 medewerkers, balanstotaal onder €10 miljoen | Vrijgesteld |
Daarnaast geldt: het verbod ziet momenteel alleen op kleding, kledingaccessoires en schoeisel. Kledingaccessoires is breder dan veel mensen denken — riemen, tassen, sjaals en hoeden vallen er ook onder.
Verkoopt u geen textielproducten, dan raakt het vernietigingsverbod u nu niet. Maar let op: de rapportageplicht is breder dan het verbod, en de Commissie kan in de toekomst productgroepen toevoegen. Elektronica, meubilair en andere categorieën staan op de lijst van prioritaire productgroepen onder de ESPR.
Het onderscheid dat vaak wordt gemist: verbod versus rapportageplicht
Dit zijn twee aparte verplichtingen met een andere reikwijdte, en ze worden voortdurend door elkaar gehaald.
Het vernietigingsverbod geldt voor kleding, accessoires en schoeisel, en is gefaseerd naar bedrijfsgrootte zoals hierboven.
De rapportageplicht geldt voor alle afgedankte onverkochte consumptiegoederen — niet alleen textiel. Grote ondernemingen zijn hier al eerder aan gebonden geraakt dan aan het verbod zelf, en middelgrote ondernemingen volgen. De plicht omvat het jaarlijks openbaar maken van aantal en gewicht per categorie, de reden van afvoer, de bestemming, en de maatregelen die u neemt om vernietiging te voorkomen. Die rapportage moet via een vrij toegankelijke website beschikbaar zijn.
Het is dus goed mogelijk dat het verbod nu niet op u van toepassing is, maar de rapportageplicht wél.
De grensgevallen
De drempels lijken helder, maar in de praktijk zitten er scherpe randen aan.
U heeft 300 medewerkers maar €30 miljoen omzet. De definitie van "grote onderneming" combineert beide criteria. Zit u op één criterium boven en op het andere onder de drempel, dan is uw classificatie niet vanzelfsprekend en moet u die zorgvuldig toetsen — mogelijk met uw accountant, omdat de EU-groottecriteria aansluiten bij bredere ondernemingsdefinities die ook elders in de regelgeving worden gebruikt.
U bent onderdeel van een groep. Bij groepsstructuren telt doorgaans niet alleen de losse entiteit. Als u een Nederlandse BV bent binnen een groter internationaal concern, is de kans reëel dat u op groepsniveau als grote onderneming kwalificeert. Dit is een van de meest voorkomende redenen waarom bedrijven denken buiten de reikwijdte te vallen terwijl dat niet zo is.
U bent importeur, geen fabrikant. De ESPR raakt niet alleen producenten. Ook gemachtigden, importeurs, distributeurs en handelaren kunnen verplichtingen hebben. Zit uw fabrikant buiten de EU, dan verschuift de verantwoordelijkheid naar de EU-partij die de goederen op de markt brengt — vaak de importeur. In sommige gevallen kan zelfs een dienstverlener in de keten als verantwoordelijke partij worden aangemerkt wanneer er geen andere aanwijsbare EU-partij is.
U groeit door de drempel heen. Bent u nu middelgroot maar groeit u richting 250 medewerkers, dan verandert uw verplichting mee. Dat is geen reden om tot 2030 te wachten met uw proces — het is juist een reden om het nu al in te richten.
Wat "vanaf 2030" praktisch betekent voor middelgrote bedrijven
De verleiding is groot om dit als een probleem voor later te zien. Twee redenen waarom dat onverstandig is:
Uw klanten vragen er nu al naar. Grote retailers die zelf onder het verbod vallen, kijken naar hun leveranciers. Compliance werkt door in de keten, ook zonder dat het formeel voor u geldt.
De processen kosten tijd om op te bouwen. Een documentatiestructuur met vijf jaar bewaartermijn, gekoppelde bewijsstukken en afspraken met uw afvalverwerker richt u niet in een kwartaal in. Bedrijven die in 2029 beginnen, lopen tegen precies dezelfde problemen aan waar grote ondernemingen nu mee worstelen — maar dan zonder de luxe van een aanloopperiode.
Wie handhaaft dit in Nederland?
Toezicht op de ESPR ligt in Nederland bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Dat is relevant om te weten, omdat het betekent dat u bij een informatieverzoek te maken krijgt met een toezichthouder die documentatie opvraagt — en dan geldt de termijn van dertig dagen voor elektronische aanlevering.
Drie vragen die uw positie bepalen
- Voldoen wij aan beide criteria voor "grote onderneming", of zitten we op één criterium onder de drempel?
- Worden wij op entiteitsniveau of op groepsniveau beoordeeld?
- Verkopen wij kleding, kledingaccessoires of schoeisel — en zo nee, geldt de bredere rapportageplicht dan alsnog voor ons?
Twijfelt u over een van deze drie, dan is dat het eerste wat u wilt uitzoeken — vóór u uw proces inricht, want het bepaalt welke termijn voor u geldt.
De gratis ESPR Self-Check geeft in drie minuten een eerste indicatie van uw positie en risicopunten.
Deze tekst is informatief en vormt geen juridisch advies. Voor een bindende beoordeling van uw ondernemingsgrootte raadpleegt u uw accountant of juridisch adviseur.