Kort antwoord: ja. Onder het ESPR-vernietigingsverbod vallen recycling en verbranding met energieterugwinning allebei onder de definitie van "vernietiging". Onverkochte kleding naar een recycler sturen is dus niet automatisch compliant — u heeft er een geldige uitzonderingsgrond en onderbouwend bewijs voor nodig, net als bij storten of verbranden.
Dit is waarschijnlijk de meest gemaakte denkfout rond deze wet. En het is een begrijpelijke: recycling voelt als de duurzame keuze, en jarenlang was het dat ook — het was het nette alternatief voor de shredder. Maar de wetgever kijkt er anders naar.
Waarom recycling niet als "goede uitkomst" telt
De Europese Commissie heeft bewust gekozen voor deze afbakening. In de voorbereiding op de gedelegeerde handeling lag er een uitzonderingsgrond op tafel die neerkwam op: "vernietiging mag als dat milieutechnisch de beste optie is." Die grond is er expliciet niet in gekomen.
De redenering: voor textiel is hergebruik vrijwel altijd milieuvriendelijker dan recycling. Een kledingstuk recyclen betekent dat de vezel wordt afgebroken en dat de arbeid, het water en de energie die in het maken zaten, verloren gaan. Een kledingstuk doorverkopen of doneren behoudt al die waarde. De wet is daarom ontworpen om een duidelijke hiërarchie af te dwingen:
- Opnieuw verkopen (resale, outlet, tweede kans)
- Doneren of hergebruiken
- Repareren of geschikt maken voor hergebruik
- — pas hierna — recyclen, verbranden of storten, en alleen met geldige grond
Recycling staat dus niet naast hergebruik als gelijkwaardig alternatief. Het staat eronder, in dezelfde categorie als vernietiging.
Wat valt er dan wél buiten het verbod?
Het onderscheid dat de wet maakt is dit: gaat het product als product verder, of wordt het afgebroken tot materiaal?
Buiten het verbod (dit mag gewoon):
- Doorverkoop via outlet, tweedehands of andere kanalen
- Donatie aan een goed doel of social-economy-organisatie
- Reparatie of refurbishment waarna het product opnieuw wordt verkocht
- "Voorbereiding voor hergebruik" — het product controleren, opknappen en geschikt maken om weer gebruikt te worden
Binnen het verbod (alleen met grond én bewijs):
- Materiaalrecycling, ook mechanisch of chemisch
- Verbranding, ook met energieterugwinning
- Storten
De grens ligt bij de vraag of het product zijn functie behoudt. Een jas die wordt opgeknapt en doorverkocht: buiten het verbod. Dezelfde jas die tot vezel wordt vermalen om isolatiemateriaal van te maken: binnen het verbod.
Wat dit praktisch betekent voor uw proces
Als u nu een contract heeft met een textielrecycler waar uw onverkochte voorraad standaard naartoe gaat, is dat sinds 19 juli 2026 geen compliant standaardroute meer voor grote ondernemingen. Dat betekent niet dat u die relatie moet beëindigen — het betekent dat er een stap vóór moet.
Concreet:
1. Uw dispositiebesluit verschuift naar voren. Voordat iets naar de recycler gaat, moet vaststaan dat resale, donatie en hergebruik aantoonbaar niet mogelijk waren. Dat "aantoonbaar" is het sleutelwoord — het is niet genoeg dat u het intern hebt overwogen.
2. U heeft een uitzonderingsgrond nodig. De verordening kent tien specifieke gronden (denk aan veiligheidsrisico's, beschadiging waarbij reparatie niet haalbaar is, of producten die u aantoonbaar zonder succes voor donatie heeft aangeboden). Alleen als er een grond van toepassing is, mag het product de recycling- of vernietigingsroute in.
3. U moet uw afvalverwerker informeren. De verordening vereist dat u bij aflevering een verklaring meegeeft over welke uitzonderingsgrond van toepassing is. Veel bedrijven hebben dit proces helemaal niet ingericht, omdat het onder de oude praktijk simpelweg niet nodig was.
4. U bewaart het bewijs vijf jaar. En u moet het binnen dertig dagen elektronisch kunnen overleggen als de toezichthouder erom vraagt.
De valkuil in uw eigen systeem
Er is een specifieke fout die we vaak zien, en die is subtiel: bedrijven registreren wél een reden in hun WMS of ERP — "beschadigd", "retour", "einde seizoen" — en gaan er daarom van uit dat ze compliant zijn.
Dat is niet hetzelfde. Een reden-veld in uw systeem is een interne notitie. De wet vraagt om een reden die is gekoppeld aan een van de wettelijke uitzonderingsgronden, én die wordt onderbouwd door een bewijsstuk van het juiste type — bijvoorbeeld een inspectierapport, een testrapport of een gedocumenteerd donatieaanbod. Bij een controle moet u dat bewijsstuk kunnen tonen, niet alleen uw eigen labeltje.
Dit is precies het gat waar veel bedrijven in vallen: het proces lijkt op orde, maar de onderbouwing ontbreekt.
Waar u nu op moet letten
Als recycling op dit moment uw standaardroute is voor onverkochte voorraad, zijn dit de drie vragen om vandaag te beantwoorden:
- Kunnen wij per zending aantonen dat resale, donatie en hergebruik niet mogelijk waren?
- Hebben wij per vernietigde zending een geldige uitzonderingsgrond én het bijbehorende bewijsstuk?
- Weet onze afvalverwerker welke grond van toepassing is, en leggen we dat vast?
Is het antwoord op een van deze vragen "nee" of "niet zeker", dan zit daar uw grootste risico.
Twijfelt u waar uw organisatie staat? Doe de gratis ESPR Self-Check — tien vragen, drie minuten, direct inzicht in uw grootste risicopunten.
Deze tekst is informatief en vormt geen juridisch advies. Gebaseerd op Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR) en Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/296.